Gevel impregneren: wat het is en wanneer het zinvol is
Impregneren of hydrofoberen maakt metselwerk waterafwijzend zonder het uiterlijk te veranderen. Hier lees je hoe het werkt, wanneer je het toepast en waar je op let.
Bij impregneren worden de wanden van de poriën en capillairen in de steen tot een bepaalde diepte waterafwijzend gemaakt. Er ontstaat geen dekkende laag, het uiterlijk verandert nauwelijks en de dampdoorlaatbaarheid wordt niet significant beïnvloed.
Het doel is vochtdoorslag, vochtschade, erosie, vervuiling, uitbloei en biologische aantasting tegengaan. Ook het voegwerk wordt beschermd.
In bestaande bouw is impregneren na reiniging vaak zinvol. Het is nodig na het mechanisch verwijderen van vergipsing en het helpt bij lichtgekleurde stenen die snel vervuilen.
Goed gedetailleerd en correct uitgevoerd metselwerk hoeft niet te worden geïmpregneerd. Laat bij twijfel eerst de oorzaak van een vochtprobleem beoordelen.
Werkwijze
Zo pak je het aan
Volg voor het product altijd het technisch datasheet. Dit zijn de algemene uitgangspunten.
1. Reinigen
Maak de gevel schoon. Steen en voeg moeten in goede conditie zijn.
2. Details controleren
Aansluitingen moeten goed afgedicht zijn en optrekkend vocht moet zijn aangepakt voordat je impregneert.
3. Proefvlak
Een proefbehandeling geeft duidelijkheid over het resultaat op jouw ondergrond.
4. Impregneren
Behandel altijd de gehele gevel en nooit plaatselijk. Breng het middel aan volgens het technisch datasheet.
Verbruik
Hoeveel middel heb je nodig?
Het verbruik van hydrofobeermiddelen ligt volgens het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk op ongeveer 0,7 tot 1,5 liter per m², afhankelijk van product en ondergrond. Voor ons product geldt het technisch datasheet.
Let op
Wat impregneren niet oplost
Impregneren verhelpt geen vochtbrug in de spouw. Bij regendoorslag door contact tussen binnen- en buitenspouwblad verdwijnt de overlast, maar de vochtbrug blijft bestaan.
Een vorstgarantie van de steenproducent kan door impregneren komen te vervallen. Vraag dat na voordat je begint.